BMI van kinderen in kaart

BMI van kinderen in kaart

Agentschappen Opgroeien en Zorg en Gezondheid publiceren een gedetailleerd rapport over de gewichtsstatus van 2- tot 14-jarigen in Vlaanderen.

Een gezonde levensstijl draagt bij tot een goede, algemene gezondheid. Het helpt kinderen en jongeren kansrijk opgroeien, en dat vanaf het prille begin. De Vlaamse agentschappen Opgroeien en Zorg en Gezondheid publiceren vandaag gedetailleerde BMI-cijfers van kinderen tussen 2 en 14 jaar in Vlaanderen. Basis zijn de meetgegevens van tienduizenden kinderen, verzameld via de lokale teams van Kind en Gezin en de Centra voor Leerlingenbegeleiding (CLB).

Story image
“Kansrijk opgroeien bestaat uit veel facetten. Een gezonde levensstijl vanaf de prille start maakt daar absoluut deel van uit. Als overheid hebben wij de taak om hier maximaal in te ondersteunen. De cijfers tonen dat gezondheids-verschillen al vroeg in het leven ontstaan. Het is belangrijk om te blijven inzetten op vroegtijdige en laagdrempelige preventie. Dit rapport biedt extra kapstokken om op maat van gezinnen aan de slag te gaan.”
Katrien Verhegge, administrateur-generaal Opgroeien
Katrien Verhegge
Katrien Verhegge
Deze data zijn een degelijke basis om verder aan de slag te gaan, samen met alle partners. Maar cijfers zeggen niet alles. We moeten ons ervan bewust blijven dat deze gegevens geen eenduidige informatie geven over de gezondheidstoestand van een kind of een jongere. Normaal gewicht staat niet altijd synoniem voor een gezonde levensstijl, net zoals een BMI buiten de ‘normale zone’ niet altijd het gevolg is van een ongezonde levensstijl of een synoniem voor ongezondheid.”
Dirk Dewolf, administrateur-generaal Zorg en Gezondheid

Dit rapport bundelt cijfers van Kind en Gezin en de CLB’s van 2011 tot 2016. De cijfers zijn te raadplegen via online dashboards en dynamische kaarten. Dat geeft lokale actoren de kans om het gezondheidsbeleid op maat te versterken.

De cijfers maken het mogelijk om de gewichtsstatus van kinderen en jongeren gedetailleerd te op te volgen over verschillende jaren. De data maken ook internationale situering mogelijk.

Vergelijking overgewicht en obesitas tussen Vlaanderen en buurlanden 
(bron: Kind en Gezin en Zorg & Gezondheid)
Vergelijking overgewicht en obesitas tussen Vlaanderen en buurlanden
(bron: Kind en Gezin en Zorg & Gezondheid)

De belangrijkste conclusies uit het rapport

Voor de periode 2011-2015 is er geen algemene toename van het aandeel kinderen met overgewicht. De bestudeerde tijdsperiode is echter te beperkt om de evolutie grondig te kunnen beoordelen. Registratiegegevens van meer recente jaren zijn nodig om de evoluties te blijven monitoren. Blijvende monitoring is ook nodig omdat er relevante verschillen zijn tussen groepen kinderen.

Op elke leeftijd heeft minstens 78% van de kinderen in Vlaanderen een normale gewichtsstatus. Echter, een relevant percentage kinderen heeft overgewicht en 4% van de 12- en 14-jarigen heeft obesitas. De cijfers geven aan dat het nodig is om te blijven inzetten op het bevorderen van een gezonde levensstijl bij kinderen en jongeren. Een normaal gewicht is geen garantie op een gezond gewicht.

Overgewicht komt vaker voor bij oudere kinderen. Toch zijn zeker op jonge leeftijd inspanningen nodig. Bepaalde verschillen ontstaan al op jonge leeftijd en de kloof wordt geleidelijk groter. Inzetten op vroege leeftijd biedt een dubbele hefboom. Jong beginnen zorgt dat een kind zo lang mogelijk een gezonde levensstijl zou kunnen aanhouden en tegelijk worden via de kinderen en jongeren ook de gezinnen bereikt.

Gewichtsstatus bij kinderen en jongeren, Vlaams Gewest - registratiejaar 2015 
(bron: Kind en Gezin en Zorg & Gezondheid)
Gewichtsstatus bij kinderen en jongeren, Vlaams Gewest - registratiejaar 2015
(bron: Kind en Gezin en Zorg & Gezondheid)

De analyses tonen verschillen in de gewichtsstatus van kinderen naargelang een aantal demografische en socio-economische kenmerken zoals kansarmoede en origine van de moeder. Dat is een belangrijk signaal. Met de cijfers in dit rapport kunnen geen uitspraken over oorzaken gedaan worden. Overgewicht heeft meervoudige oorzaken. Verder onderzoek is nodig om het belang van verschillende factoren uit te klaren. Er moet hierbij ook aandacht gaan naar omgevingsfactoren die overgewicht mee in de hand kunnen werken zoals de woonomgeving, financiële situatie, stress en beschikbaarheid van gezonde voeding.

 

"Dit rapport brengt heel veel informatie samen. Laten we nu ook samen werk maken van een echte Health in All Policies (HiAP) en zoveel mogelijk concrete stappen zetten naar een gezonde levensstijl en een gezonde omgeving voor iedereen. Iedereen moet zich goed in zijn vel kunnen voelen vanaf de start. Initiatieven zoals 'Gezonde Kinderopvang' en 'Gezonde School' zijn alvast krachtige hefbomen. Meer van dat."
Wouter Beke, minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin

Enkele cijfers

  • Bijna 92% van de peuters had in 2015 een normale gewichtsstatus. Bij 14-jarigen ging het om bijna 80%. Op een leeftijd van 12 jaar ligt het aandeel kinderen met normaal gewicht het laagst (78%).
  • Overgewicht (inclusief obesitas) komt op alle leeftijden vaker voor dan een lage BMI. Zowel overgewicht als een lage BMI komen het vaakst voor bij 12-jarigen.
  • Het aandeel kinderen met obesitas varieert. Bij 2-jarigen gaat het om 1 op 100 kinderen, bij 12- en 14-jarigen gaat het om 4 op 100 kinderen.
  • Op alle leeftijden ligt het aandeel meisjes met overgewicht hoger dan het aandeel jongens met overgewicht. Vooral van 6 t.e.m. 10 jaar zijn de verschillen duidelijk.
  • Op alle leeftijden kennen kinderen die geboren worden of opgroeien in kansarmoede een minder gunstige gewichtsstatus. 20% van de 4-jarigen in kansarmoede heeft overgewicht. Bij niet-kansarme kinderen gaat het op die leeftijd om minder dan 1 op de 10. Vanaf 10 jaar heeft minstens 32% van de kinderen in kansarmoede overgewicht. Dat is dubbel zo veel als bij kinderen die niet in kansarmoede opgroeien. 
  • De data van de kinderen op 24 maanden tonen dat de grootste verschillen zich voordoen naar de origine van de moeder van het kind. Kinderen met een moeder van Belgische origine hebben het minst overgewicht.
  • Er zijn ook zichtbare verschillen tussen provincies en gemeenten, al hebben die verschillen wellicht ook te maken met de verschillen naar kansarmoedesituatie én herkomst van de kinderen.
"Deze bundeling van groeigegevens daagt uit om innovatief samen te werken aan echte gezondheidsbevordering op maat. De data geven sterke kansen om in elke Vlaamse buurt te bouwen aan specifieke acties, maar ook om leeftijdsgepaste gezondheidspromotie uit te werken. Dit rapport over gewicht wil ook aanzetten om andere leefstijlingrediënten op te volgen. Gewicht alleen geeft immers te weinig info over onze gezondheidsstatus."
An Vandeputte, Directeur Kenniscentrum Eetexpert
"Ik vind het ongelofelijk sterk dat de Vlaamse overheid dit initiatief nam om de cijfers te analyseren en te delen met alle belanghebbenden. Weinig landen kunnen op basis van zo’n rijke empirische basis prevalentiecijfers over de BMI van kinderen communiceren.”
Prof Dr. Inge Gies, Kliniekhoofd pediatrie UZ Brussel, lid van BASO, Belgian Association for the study of Obesitas

Meer informatie

Cijfers BMI kinderen en jongeren Rapport BMI.pdf - 1 MB

 

Nele Wouters
Nele Wouters Woordvoerder Kind en Gezin, Opgroeien

 


 

 

 

 

 

 

Over Opgroeien

Sinds april 2019 vormen Jongerenwelzijn, Kind en Gezin en een deel van het aanbod van het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap (VAPH) samen het nieuwe agentschap Opgroeien. De missie van Opgroeien is het recht op kansrijk opgroeien realiseren voor élk kind, élke jongere en hun gezinnen in Vlaanderen. 

Opgroeien
Hallepoortlaan 27
1060 Brussel